Armenzorg was vroeger een christenplicht. De geestelijken hielden toezicht of dit werd gedaan. Op termijn kregen enkel de werkwilligen hulp.
Men begon de armenhuizen op te richten .
wet van 1601: verzorging van behoeftigen ondersteuning van gezonde armen. (iedere gemeente) Nog een overblijfsel nu de ocmw’s.
17e eeuw: Gezonde armen kregen in het armenhuis werk voedsel en onderdak. Er was wel een verschil tussen plaats.
Men begon te zien dat de armenhuizen niet rendabel waren. Toch hadden ze een belangrijke functie namelijk mensen het nut van werk laten inzien en ze leren werken. De bedoeling was ook de arbeidreserves onderhouden.
In de 19e eeuw kon de steden de toevloed van werkwilligen niet aan. Veel mensen trokken naar de stad met de hoop daar werk te vinden. Door de industriĆ«le revolutie ontstonden heel wat risico’s doordat de mensen verplicht werden te werken in de fabriek.
Daar men moest werken aan een laag loon moesten vrouw en kinderen ook gaan werken om rond te komen.
Arbeidersbonden waren verboden sinds de Franse bezetting. Toch kwam er reactie van de kleine zelfstandigen en men begon kassen voor onderlinge bijstand op te richten. Deze beschermden tegen de nieuwe sociale risico’s. (mutualiteiten)
De werkgevers richten voorzorgkassen op. Werkgevers spoorden hun werknemers aan om te sparen. Niet iedereen wou dat maar ze trokken het toch af van hun loon. Als ze ontslag kregen of namen verloren ze de gespaarde reserves. Dit was een middel om hen aan hen te binden. Er was hier nog geen tussenkomst van de overheid.
In 1886 waren er grote stakingen en weerstand. Toen zag men in dat de overheid moest tussen komen. Dit was ook de mening van Kanselier Bismark.
In 1891: mutualiteiten kregen steun van de overheid.Toch bleef het een verzekering op vrijwillige basis.
In 1903 werd de wet op de arbeidongevallen van kracht. Werkgevers werden genomen verantwoordelijk te zijn voor een ongeval op het werk . (eerste verplichte verzekering).
1944: Alle sociale verzekeringen werden voor alle werknemers verplicht.
Na de oorlog was er vooral economische groei en dit was goed voor het sociale zekerheidsysteem.
1970: oliecrisis, plots veel werklozen , veel mensen werden vervroegd op pensioen gezonden met brugpensioen. Het sociale zekerheidstelsel kwam onder druk te staan.
1974: bestaansminimum voor iedereen.
De geschiedenis herhaalde zich denken we nog maar aan de economische crisis van 2008 waar ook veel bedrijven moesten sluiten.
Momenteel staat het stelsel ook onder druk denk maar aan babyboem generatie, de ontgroening etc, … Langer moeten werken om het systeem betaalbaar te houden.
Verhogen van lasten voor werkgever is geen optie of een aantal bedrijven zouden naar het buitenland kunnen trekken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten